Verstedelijking en infrastructuur

Karakterisering

Het inwonertal van de stedelijke bevolking is in de afgelopen decennia nauwelijks toegenomen, maar de stedelijke omgeving is wel uitgebreid door bedrijventerreinen en de creatie van nieuwe residentiële wijken langs de stadsrand en rond de grotere kernen in het Drielandenpark. Hierdoor is de groene ruimte die bestond tussen de grote steden aanzienlijk teruggebracht. Diffuse verstedelijking heeft vooral plaatsgevonden rond de kleinere kernen in het binnengebied en als lintbebouwing in het zuidelijke deel van het Drielandenpark. De grote steden hebben elk hun specifieke karakter en identiteit, en moeten die in de toekomst ook behouden.

De hoofdinfrastructuur is sterk gekoppeld aan het verstedelijkingspatroon. Het aanleggen van nieuwe autowegen en knooppunten heeft een verdergaande verstening tot gevolg rond de afslagen (bijvoorbeeld het commerciële centrum Welkenraedt-Eupen, de vliegvelden Maastricht-Aken en Bierset, het bedrijventerrein Avantis tussen Heerlen en Aken).

In de noord-zuid-richting zijn er knelpunten in het wegennet en het railvervoer bij Maastricht, Heerlen en Luik. De koppeling tussen het Nederlandse, Belgische en Duitse spoorvervoer is gebrekkig en dient te worden verbeterd. De Voerstreek is in zijn geheel slecht ontsloten door openbaar vervoer.

De Maas is een fysieke factor van belang, niet alleen als waterverkeersader, maar ook als een "natuurlijke grens" en barrière tussen de beide oevers.

 

Voornaamste knelpunten

  • Weinig grip op suburbanisatie in het landelijk gebied en aan de randen van stedelijke agglomeraties. Het verstedelijkingspatroon is anders in België dan in de andere twee landen (door vigerende wetgeving), maar zorgt in alle landsdelen voor een geleidelijke dichtslibbing van de tussen de steden gelegen open ruimten.
  • Te weinig samenhang in aanbod openbaar vervoer; vooral het grensoverschrijdend vervoer kan beter en meer geïntegreerd worden.
  • Diffuse wegenstructuur en slechte routering van (toeristisch) verkeer.

 

Mogelijke thema- en gebiedsuitwerkingen:

  1. Ontwikkeling en handhaving van groene zones rond de steden, als recreatieruimte en als ecologische verbinding (groen in en om de stad);
  2. Het vastleggen en vormgeven van de grens tussen de stedenband, het binnengebied en de bufferzones (project "stadsranden");
  3. Verbetering van het regionale railtransport door middel van een ringlijn om het gebied (Euregiobaan), en een verbeterde aansluiting vanuit Heerlen en Maastricht op de HSL;
  4. Ontwikkeling van een afgestemde, uniforme categorisering van wegen met bijbehorende kenmerken, waarbij het doorgaand autoverkeer langs een beperkt aantal wegen wordt geleid;
  5. Ontwikkeling van maatregelen om de diffuse verstedelijking en de gronddruk in het binnengebied tegen te gaan;
  6. Ontwikkeling van een strategie voor nieuwe bestemmingen van ontginningen en voormalige industrieterreinen. In de toekomst kunnen deze gebieden een nieuwe functie krijgen, bijvoorbeeld als onderdeel van de ecologische verbindingen en als recreatieruimte rondom de grote steden.

Naar boven  



diashow Verstedelijking en infrastructuur beeld vergroten

Besturing diashow: vorig beeld Besturing diashow: volgend beeld